les carretès

Gloeiend, glooiend en glimmend
Zie ik je gezicht
In de late, rode schemering van deze zomeravond
Zoals het gloeide tussen de vuurvliegjes
en de diepblauwe koolbladeren in de groentetuin
Waar je ooms al kletsend en grappend
Het wildzwijn vilden voor het avondmaal
Ik zie nog hoe ook zij al lachend
Ronddanste met die varkensoren
Wiegend met haar heupen en schuddend met de koffiebus
Scherven van bommen en granaten
Zoetsappige vijgen en gepofte kastanjes.